CRESTOR® (rosuvastatin calcium)

Crestor (rosuvastatine calcium) is een statine en een remmer van HMG-CoA voor dyslipidemie en hypercholesterolemie.

Voorschrijfinformatie

Voor de volledige informatie, gelieve de samenvatting van de productkenmerken te raadplegen.

Therapeutische indicaties

Behandeling van hypercholesterolemie

Volwassenen, adolescenten en kinderen vanaf 6 jaar met primaire hypercholesterolemie (type IIa, inclusief heterozygote familiaire hypercholesterolemie) of gemengde (gecombineerde) dyslipidemie (type IIb) als adjuvans bij dieet, wanneer de respons op dieet en andere niet farmacologische behandelingen (bijvoorbeeld lichaamsbeweging, gewichtsvermindering) onvoldoende zijn.

Volwassenen, adolescenten en kinderen vanaf 6 jaar met homozygote familiaire hypercholesterolemie, als adjuvans bij dieet en andere lipidenverlagende behandelingen (bijvoorbeeld LDL aferese) of als zulke behandelingen niet zijn aangewezen.

Preventie van cardiovasculaire incidenten

Preventie van belangrijke cardiovasculaire incidenten bij patiënten waarvan verwacht wordt dat ze een groot risico lopen op een eerste cardiovasculair incident (zie rubriek 5.1 van de SKP), als aanvulling op de correctie van andere risicofactoren.

Dosering en wijze van toediening

Crestor doseringen - tabletten  10 mg, 20 mg en 40 mg
Crestor doseringen - tabletten  10 mg, 20 mg en 40 mg

Alvorens de behandeling te starten dient de patiënt een standaard cholesterolverlagend dieet te volgen dat tijdens de behandeling dient te worden voortgezet. De dosering dient individueel te worden bepaald afhankelijk van de doelstelling van de behandeling en de respons van de patiënt met gebruikmaking van de huidige consensus richtlijnen.

Crestor kan op elk moment van de dag worden ingenomen, met of zonder voedsel.

Behandeling van hypercholesterolemie

De aanbevolen startdosering is voor zowel statine naïeve patiënten als patiënten die geswitcht worden van een andere HMG-CoA reductaseremmer eenmaal daags 5 of 10 mg oraal. Bij de keuze van een startdosering dient zowel met de individuele cholesterolspiegel van de patiënt als met het toekomstig cardiovasculaire risico en met het potentiële risico van bijwerkingen (zie hieronder) rekening te worden gehouden. Indien nodig kan na 4 weken de dosering worden verdubbeld (zie rubriek 5.1 van de SKP). In het kader van de toegenomen meldingsfrequentie van bijwerkingen met de 40 mg dosering vergeleken met de lagere doseringen (zie rubriek 4.8 van de SKP), dient de maximale dosering van 40 mg alleen te worden overwogen bij patiënten met ernstige hypercholesterolemie met een verhoogd cardiovasculair risico (met name patiënten met familiaire hypercholesterolemie), die de doelstelling van de behandeling niet bereiken met 20 mg en bij wie een regelmatige controle zal worden uitgevoerd (zie rubriek 4.4 van de SKP). Wanneer met de 40 mg dosering wordt begonnen, wordt controle door de specialist geadviseerd.

Preventie van cardiovasculaire aandoeningen

Tijdens de cardiovasculaire risicoreductie studie, was de gebruikte dosis 20 mg per dag (zie rubriek 5.1 van de SKP).

Pediatrische patiënten

Het gebruik door kinderen wordt alleen geadviseerd na consultatie van de medisch specialist.

Kinderen en adolescenten van 6 tot 17 jaar (Tanner stadium)
Heterozygote familiaire hypercholesterolemie
Bij kinderen en adolescenten met heterozygote familiaire hypercholesterolemie is de gebruikelijke startdosering 5 mg per dag.

  • Bij kinderen van 6 tot 9 jaar met heterozygote familiaire hypercholesterolemie is het gebruikelijke doseringsbereik 5-10 mg, oraal, eenmaal daags. De veiligheid en werkzaamheid van doseringen boven de 10 mg zijn niet onderzocht bij deze patiëntenpopulatie.
  • Bij kinderen van 10 tot 17 jaar met heterozygote familiaire hypercholesterolemie is het gebruikelijke doseringsbereik 5-20 mg, oraal, eenmaal daags. De veiligheid en werkzaamheid van doseringen boven de 20 mg zijn niet onderzocht bij deze patiëntenpopulatie.

De dosering wordt aangepast in functie van de individuele respons en verdraagzaamheid bij pediatrische patiënten, overeenkomstig met de pediatrische behandelrichtlijnen (zie rubriek 4.4 van de SKP). Kinderen en adolescenten dienen een standaard cholesterolverlagend dieet te volgen voorafgaand aan de behandeling met rosuvastatine. Het dieet dient tijdens de behandeling met rosuvastatine te worden voortgezet.

Homozygote familiaire hypercholesterolemie
Bij kinderen van 6 tot 17 jaar met homozygote familiaire hypercholesterolemie is de aanbevolen maximale dosis 20 mg eenmaal per dag.

Een startdosering van 5 tot 10 mg eenmaal daags afhankelijk van leeftijd, gewicht en voorafgaand statine gebruik wordt geadviseerd. Titratie tot de maximale dosering van 20 mg eenmaal daags moet uitgevoerd worden op basis van de individuele respons en verdraagzaamheid bij pediatrische patiënten zoals aanbevolen door de pediatrische behandelingsaanbevelingen (zie rubriek 4.4 van de SKP). Kinderen en adolescenten dienen een standaard cholesterolverlagend dieet te volgen voor initiatie van een behandeling met rosuvastatine; dit dieet dient voortgezet te worden tijdens de behandeling met rosuvastatine.
De ervaring met andere doses dan 20 mg in deze populatie is beperkt.

De 40 mg tablet is niet geschikt voor gebruik door kinderen.

Kinderen onder de 6 jaar
De veiligheid en werkzaamheid van het gebruik bij kinderen jonger dan 6 jaar is niet onderzocht. Daarom wordt het gebruik van Crestor afgeraden bij kinderen jonger dan 6 jaar.

Gebruik door ouderen

Bij patiënten >70 jaar wordt een startdosering van 5 mg aanbevolen (zie rubriek 4.4 van de SKP). Er is geen andere doseringsaanpassing nodig in relatie tot leeftijd.

Dosering bij patiënten met nierinsufficiëntie

Bij patiënten met milde tot matige nierinsufficiëntie is het niet nodig de dosering aan te passen. Bij patiënten met een matige nierinsufficiëntie (creatinineklaring < 60 ml/min) wordt een startdosering van 5 mg aanbevolen. De 40 mg dosering is bij patiënten met matige nierinsufficiëntie gecontraïndiceerd. Het gebruik van Crestor bij patiënten met een ernstige nierinsufficiëntie is gecontraïndiceerd voor alle doseringen (zie rubrieken 4.3 en 5.2 van de SKP).

Dosering bij patiënten met leverinsufficiëntie

Er is geen toegenomen systemische blootstelling aan rosuvastatine waargenomen bij patiënten met een Child-Pugh score van 7 of lager. Een toegenomen systemische blootstelling is echter wel waargenomen bij patiënten met een Child-Pugh score van 8 en 9 (zie rubriek 5.2 van de SKP). Bij deze patiënten dient een beoordeling van de nierfunctie te worden overwogen (zie rubriek 4.4 van de SKP). Er is geen ervaring bij patiënten met een Child-Pugh score hoger dan 9. Crestor is gecontraïndiceerd bij patiënten met een actieve leverziekte (zie rubriek 4.3 van de SKP).

Ras

Bij Aziatische patiënten is een verhoogde systemische blootstelling waargenomen (zie rubrieken 4.3, 4.4 en 5.2 van de SKP). Derhalve is de aanbevolen startdosering bij patiënten van Aziatische oorsprong 5 mg. De 40 mg dosering is gecontraïndiceerd bij deze patiënten.

Genetische polymorfie

Er zijn specifieke soorten genetische polymorfieën bekend die kunnen leiden tot een verhoogde rosuvastatine blootstelling (zie rubriek 5.2 van de SKP). Bij patiënten waarvan bekend is dat zij deze specifieke polymorfieën bezitten wordt een lagere dagelijkse dosering Crestor aanbevolen.

Dosering voor patiënten met predisponerende factoren voor myopathie

Bij patiënten met predisponerende factoren voor myopathie is de aanbevolen startdosering 5 mg (zie rubriek 4.4 van de SKP).
De 40 mg dosering is voor sommige van deze patiënten gecontraïndiceerd (zie rubriek 4.3 van de SKP).

Gelijktijdige therapieën

Rosuvastatine is een substraat van verschillende transporteiwitten (bv. OATP1B1 en BCRP). Er bestaat een verhoogd risico op myopathie (inclusief rhabdomyolyse) wanneer Crestor gelijktijdig wordt toegediend met bepaalde geneesmiddelen die, als gevolg van interacties met deze transporteiwitten, de rosuvastatine plasmaconcentraties kunnen verhogen (bv. ciclosporine en bepaalde proteaseremmers, inclusief combinaties van ritonavir met atazanavir, lopinavir en/of tipranavir; zie rubrieken 4.4 en 4.5 van de SKP). Indien mogelijk dienen alternatieve geneesmiddelen te worden overwogen en, indien nodig, dient te worden overwogen om tijdelijk te stoppen met Crestor. In situaties waarbij gelijktijdige toediening van deze geneesmiddelen met Crestor onvermijdelijk is, dienen de voordelen en risico’s van een gelijktijdige behandeling en aanpassing van de Crestor dosering nauwkeurig te worden afgewogen (zie rubriek 4.5 van de SKP).

 

Contra-indicaties

Crestor is gecontraïndiceerd:
-     bij patiënten met overgevoeligheid voor rosuvastatine of voor één van de hulpstoffen.
-     bij patiënten met actieve leverziekte, inclusief onverklaarbare, aanhoudende verhogingen van serumtransaminases en elke verhoging van serumtransaminases hoger dan 3-maal de bovengrens van de normaalwaarde (ULN).
-     bij patiënten met ernstige nierinsufficiëntie (creatinineklaring < 30 ml/min).
-     bij patiënten met myopathie.
-     bij patiënten die tegelijk ciclosporine gebruiken.
-     gedurende de zwangerschap en borstvoeding en bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd die geen geschikte anticonceptieve maatregelen nemen.

De 40 mg dosering is gecontraïndiceerd bij patiënten met predisponerende factoren voor myopathie/rhabdomyolyse. Dergelijke factoren omvatten:
-     matige nierinsufficiëntie (creatinineklaring < 60 ml/min)
-     hypothyroïdie
-     persoonlijke of familie anamnese van erfelijke spierziekten
-     musculaire toxiciteit met andere HMG-CoA reductaseremmers of fibraten in de anamnese
-     alcoholmisbruik
-     situaties waarbij verhoogde plasmaspiegels kunnen optreden
-     Aziatische patiënten
-     gelijktijdig gebruik van fibraten.
(Zie rubrieken 4.4, 4.5 en 5.2  van de SKP).

 

Voor alle andere rubrieken, gelieve de samenvatting van de product kenmerken te raadplegen.