Respi4Doctors is een digitaal platform waarop AstraZeneca informatie en diensten omtrent de behandeling van respiratoire aandoeningen aanbiedt.

Publications

In dit onderdeel worden recente wetenschappelijke publicaties beschreven.

Sleep disturbances are common in COPD, but often underreported and underestimated. In this article Prof. Verbraecken (UZ Antwerpen) shares his opinion on this forgotten dimension of COPD and its possible consequences for the clinical practice. 

  

Obv een artikel verschenen in ‘De Medische Referentie’*

 

De medische referentie: Wat is uw ervaring met betrekking tot slaap bij COPD-patiënten?

Professor Johan Verbraecken: De meeste artsen – ook longartsen – vragen niet actief naar de slaapproblemen bij hun COPD-patiënten. COPD-patiënten komen ook met totaal andere klachten naar de arts en tenzij ernaar gevraagd wordt, zal slechts een kleine minderheid spontaan slaapproblemen vermelden. De realiteit is echter dat slaapproblemen veel vaker dan gedacht voorkomen bij COPD-patiënten en dat deze problemen in ernstige mate onderschat worden. In de praktijk is de slaapkwaliteit bij COPD-patiënten heel vaak zeer ernstig verstoord. Het is echter enkel wanneer we een slaaponderzoek verrichten of wanneer we de slaapproblematiek voldoende bevragen dat dit naar voren komt. Gelukkig kan een verstoorde slaap bij COPD-patiënten gecorrigeerd worden. Mits aanpassing van de levensstijl en mits de juiste keuze van COPD-medicatie kunnen we de symptomen tijdens de slaap en de daarmee geassocieerde levenskwaliteit verbeteren. 

De twee meest voorkomende nachtelijke symptomen die interfereren met de slaap zijn dyspnoe en sputumproductie. We zien dat deze symptomen de slaap ernstig kunnen verstoren. Onvoldoende en/ of verstoorde slaap heeft bovendien een negatieve impact op het ziekteverloop en op de longfunctie. Bij COPD-patiënten met een verstoorde slaap daalt de eensecondewaarde gemiddeld met ongeveer 6% en stijgt het risico op exacerbaties. 

De medische referentie: Wat is het onderliggende mechanisme van de nachtelijke symptomen bij COPD-patiënten? 

Professor Johan Verbraecken: De liggende houding tijdens de slaap verandert de longmechanica en we stellen vast dat het abdominaal compartiment drukt op het longcompartiment, waardoor de longvolumes dalen. Daarnaast vermindert de slaap de reflexen evenals de ademhalingsdrive, en worden secreties minder goed geëxpectoreerd. Dit kan ertoe leiden dat de ademhaling bij COPD-patiënten in de verdrukking kan komen. Tenslotte mogen we niet vergeten dat er een circadiane variatie bestaat van de tonus in de bronchi. Tijdens de nacht is de diameter van de bronchi kleiner dan overdag en dit ongeacht of de persoon wakker is of niet. De tonus in de bronchi is het kleinst, met andere woorden de bronchi zijn het nauwst, tijdens de vroege ochtenduren (3.00 – 4.00 AM). Bij COPD-patiënten kunnen al deze facetten de longfunctie verder ondermijnen en leiden tot een vicieuze cirkel. Ook negatieve emoties en spanningen kunnen het dyspnoegevoel in de hand werken en de slaap negatief beïnvloeden.

De medische referentie: Is het correct om op basis van de resultaten van de internationale studie van ‘Spina et al.’ te stellen dat bij COPD-patiënten de symptoomcontrole tijdens de nacht nagenoeg even belangrijk is als de symptoomcontrole overdag? 

Professor Johan Verbraecken: De studie van ‘Spina et al.’ heeft de verdienste om bij een heel groot aantal COPD-patiënten (n = 932) te kunnen aantonen dat de nachtelijke slaapsymptomen in het algemeen en dyspnoe in het bijzonder een negatieve invloed hebben op de slaap. Er werd tevens aangetoond dat een minder goede slaapkwaliteit geassocieerd was met minder fysieke activiteit overdag, wat zeker een ‘eye opener’ is. Het is duidelijk dat we als artsen bij patiënten met COPD meer aandacht moeten besteden aan de hoeveelheid slaap en de slaapkwaliteit enerzijds en aan de nachtelijke klachten anderzijds. Dit wordt nog niet expliciet in de richtlijnen vermeld, maar volgens mij is het absoluut noodzakelijk om voldoende aandacht te besteden aan zowel de symptomen overdag als aan de symptomen ‘s nachts. 

De medische referentie: Op welke wijze kunnen we, bij de optimale behandeling van COPD-patiënten, rekening houden met de associatie van slaap en fysieke activiteit? 

Professor Johan Verbraecken: Bij COPD-patiënten moeten we zorgen dat zowel de klachten overdag als de klachten ’s nachts maximaal afnemen. Als er minder nachtelijke symptomen zijn, zal de slaap gunstig beïnvloed worden en zal de fysieke activiteit overdag verbeteren. Dit blijkt duidelijk uit de studie van ‘Spina et al.’. In de klinische praktijk moet je hiermee rekening houden en moet je – zoals ik reeds vertelde – actief de patiënt bevragen over zijn slaapkwaliteit. Een optimalisatie van de COPD-inhalatietherapie is vaak noodzakelijk. Een tweemaal daagse behandeling kan hier zeker een meerwaarde hebben, omdat een tweemaal daagse behandeling een superieur effect kan hebben op de symptomen ’s nachts en tijdens de vroege ochtenduren.

* De Medische Referentie, nr 3 februari/maart 2017

  

Sleep disturbances are common in COPD, but often underreported and underestimated. This presentation below discusses the details of recently published article in Thorax investigating this forgotten dimension of COPD and its impact on physical activity.

Preview

Scroll here

Analysis of nocturnal actigraphic sleep measures in patients with COPD and their association with daytime physical activity.

Spina G et al. - Thorax 2017

Background
  • Sleep disturbances are common in COPD patients. However, despite the high prevalence of disturbed sleep in COPD, night-time symptoms are often underestimated and not a focus in current disease management.
  • Factors associated with measures of sleep in daily life or the association between sleep and the ability to engage in physical activity have not been investigated before. 
  • This study aims to provide insights into the relationship between actigraphic sleep measures and disease severity, dyspnoea, gender and parts of the week; and to investigate the association between sleep measures and next day physical activity.
Methods
  • In this retrospective, cross-sectional study, data from previous studies were obtained from research groups in 10 countries: Europe (the Netherlands, the UK, Switzerland, Germany, Italy, Ireland and Spain), North America, South America and Oceania.
  • Inclusion criteria were stable COPD, post-bronchodilator ratio FEV1 to FVC <0.70; no COPD exacerbations in the last 30 days; and availability of sleep and daytime physical activity data.  Data from 1.384 patients were available. In total 932 COPD patients were eligible for analysis.
  • Participants had sleep and physical activity continuously monitored using a multisensory activity monitor for a median of 6 days.
Results

Sleep measures evaluation in patients with COPD

  • Patients with the most severe airflow limitation and exertional dyspnoea had significantly more fragmented sleep than patients with the lowest GOLD grade (p<0.01) and mMRC score (p<0.05).
  • Patients with the most severe airflow limitation had significantly shorter sleeping bouts (p<0.05) and lower sleep efficiency (p<0.01) than patients classified as GOLD 3.
  • Patients reporting the highest mMRC score had significantly shorter sleeping bouts (p<0.05) and lower sleep efficiency (p<0.01) compared with patients with lower mMRC scores.
  • The time spent awake after the first sleep onset increased both with disease severity and dyspnoea, being worst in patients with GOLD grade 4 (p<0.05) and mMRC score 4 (p<0.01).

Association between objective sleep measures and daytime physical activity

  • The number of steps performed during the day was inversely related to the number of sleeping bouts and the minutes spent awake after the sleep onset.
  • Patients who had their sleep characterised by 1 sleeping bout, long sleeping bouts (≥225min), high sleep efficiency (≥91%) and low time spent awake after the sleep onset (<57min) performed 600 steps more on the following day versus patients who had more
    fragmented sleep (≥4 bouts), lower sleep efficiency (<71%), lower sleeping bout durations (<86min) and higher time spent awake after the sleep onset (≥165min) (p<0.001 for all).
  • Patients with the smallest number of sleeping bouts per night, longest sleeping bouts, highest sleep efficiency and shortest time awake during the night spent more time in light and moderate-to-vigorous physical activities on the following day (p<0.01 for all).
Conclusions
  • Sleep impairment in COPD patients tends to be more pronounced in patients with severe airflow limitation and with worse exertional dyspnoea. Moreover, nocturnal sleep impairment appears to be an important factor associated with the capability to engage in physical activity on a day-to-day basis.
  • The fact that poor sleep quality was associated with reduced physical activity levels may have important consequences with regard to current clinical practice.

Reference:
Spina et al., Thorax. 2017; 0: 1-8. doi: 10.1136/thoraxjnl-2016-208900

NS Approval ID 1033337 Revision Date 02/2017


Sleep quality and physical activity