Respi4Doctors is een digitaal platform waarop AstraZeneca informatie en diensten omtrent de behandeling van respiratoire aandoeningen aanbiedt.

Impact of treatment with aclidinium/formoterol on physical activity

Regular physical activity decreases the risk of mortality and hospital admissions among COPD patients1. Hence, maintaining or increasing physical activity is a key objective of COPD management2.

A recent study evaluated the impact of treatment with aclidinium/formoterol on physical activity3. In the interview below Prof. Troosters shares his opinion on this recent publication in the International Journal of COPD and its importance for the clinical practice.

References:

1.    Garcia-Aymerich et al., Thorax. 2006; 61: 772-778  -  2. GOLD, Edition 2014  -  3. Watz et al., Int J of COPD. 2017; 12: 2545-58

  

Obv een artikel verschenen in ‘De Medische Referentie’*

 

De medische referentie: In de nieuwe GOLD strategie werd fysieke activiteit als deel van de therapeutische aanpak van COPD opgenomen. Kan u het belang van de fysieke activiteit bij COPD-patiënten beschrijven?

Professor Thierry Troosters: Het belang van fysieke activiteit bij COPD-patiënten ligt hem in het feit dat de patiënten die inactief zijn ook hun fysieke fitheid verliezen. Mede hierdoor moeten deze patienten meer ademen om dingen te doen, en dit terwijl hun longfunctie beperkt is. Er ontstaan onnodige symptomen van kortademigheid en vermoeidheid. Patienten komen zo in een vicieuze cirkel terecht waardoor ze steeds minder actief gaan worden en nog meer deconditioneren. Deze neerwaartse spiraal doorbreken is heel moeilijk omdat fysieke activiteit een gedrag is dat heel moeilijk te veranderen is. Los daarvan is fysieke activiteit één van de beste biomarkers van de gezondheid van een patiënt. We weten dat mensen die minder actief zijn, in vergelijking met personen die wel actief zijn, voor eenzelfde longfunctiestoornis minder lang leven, meer comorbiditeit hebben en een hogere medische consumptie hebben. Gelukkig groeit de kennis en het bewustzijn dat fysieke activiteit heel belangrijk is. Dit besef neemt toe en dit niet enkel voor COPD-patiënten, maar ook voor patiënten met obesitas, diabetes en cardiovasculaire aandoeningen.

De medische referentie: Vanaf welk ziektestadium zou u voorstellen dat de behandelende artsen hun COPD-patiënten actief aansporen om meer fysieke activiteit te verrichten?

Professor Thierry Troosters: Dit is een heel belangrijke vraag. Bij elke patiënt met COPD moet je als behandelende arts of zorgenverstrekker met fysieke activiteit aan de slag gaan. Uit onderzoek blijkt dat patiënten nog vóór ze gediagnosticeerd worden met COPD al minder actief worden. Hoewel de afname van fysieke activiteit in dat stadium heel onopvallend verloopt, zien we bij patiënten met GOLD stadium 1 & 2 al de fysieke activiteit dalen. Het besef moet groeien dat oudere personen niet minder actief hoeven te worden. Je moet op elke leeftijd actief blijven. De activiteiten kunnen heel uiteenlopend zijn: o.a. wandelen, spelen met de kleinkinderen, naar de winkel stappen en de afwas doen. Tijdens elke consultatie met een COPD-patiënt zou de fysieke activiteit – net als het rookgedrag – aan bod moeten komen. Bij patiënten met een exacerbatie moet het gesprek over fysieke activiteit zelf als een prioriteit worden beschouwd. COPD-patiënten die een exacerbatie doormaken, verliezen immers pijlsnel hun normale fysieke activiteit. Bij deze patiënten moet dan ook echt ingegrepen worden en moet er een plan rond fysieke activiteit of revalidatie opgesteld en besproken worden.

De medische referentie: Welke concrete tips om de COPD-patiënten fysiek actiever te maken, hebben volgens u hun doeltreffendheid in de klinische praktijk bewezen?

Professor Thierry Troosters: Van heel groot belang is dat de fysieke activiteit tijdens de consultatie besproken wordt. We moeten uitleggen aan de COPD-patiënt dat het abnormaal is om minder actief te worden. Als de patiënt en zijn of haar familie bovendien begrijpt dat de symptomen van kortademigheid vervelend, maar niet noodzakelijk gevaarlijk zijn, zal hij of zij soms al geneigd zijn om fysieke activiteit niet te vermijden. Daarnaast kunnen bij veel patiënten stappentellers – of zelfs de niet zo optimale smartphone-app die ook de stappen telt – doeltreffend zijn om de fysieke activiteit met de arts op te volgen en te bespreken. Dit vraagt van de arts natuurlijk een extra inspanning en bijkomende tijd. Soms kan een verwijzing naar een kinesitherapeut of een programma zoals ‘bewegen op verwijzing’ een oplossing bieden.

De medische referentie: Dit jaar werden de resultaten van de ACTIVATE-studie – waaraan u actief deelnam – in ‘The International Journal of COPD’ gepubliceerd. Wat zijn voor u de belangrijkste punten die we moeten meenemen uit deze studie?

Professor Thierry Troosters: De ACTIVATE-studie is een interessante studie omdat het één van de weinige studies is waar niet enkel de impact van de farmacotherapie, maar ook van het gedrag van de patiënt werd geëvalueerd. Volgens mij is de combinatie van farmacotherapie en gedragsverandering bij COPD-patiënten zonder enige twijfel de toekomst. Daarnaast werd in de ACTIVATE-studie voor de eerste maal aangetoond dat een behandeling met een LABA/LAMA een positief effect heeft op de hoeveelheid fysieke activiteit en op de beleving van fysieke activiteit zoals die door de patient wordt ervaren. Een LABA/LAMA behandeling zal de longfunctie verbeteren en de COPD-symptomen verminderen, waardoor de patiënt zich beter voelt en gemakkelijker gemotiveerd kan worden om uit de vicieuze cirkel van inactiviteit te stappen. We mogen echter nooit vergeten dat de farmacotherapie bij COPD-patiënten enkel maar een eerste stap is en daarom moeten we bij elke gelegenheid de patiënt motiveren om maximaal fysiek actief te worden en te blijven. Artsen, maar ook kinesitherapeuten, mantelzorgers en medepatiënten kunnen hierbij helpen.

* De Medische Referentie, nr 9 november/december 2017

NS ID XL-0174-RD11/2017-LB